MOMLIFE

DEEL 3: Mijn lichaam begeeft het

herseninfarct

Vandaag het derde deel van het gastblog van mijn man. In het eerste en tweede deel kon je het voortraject lezen. Nu vervolgt hij zijn intense verhaal over zijn herseninfarct.

De kinderen zitten al aan de ontbijttafel als ik wakker word. Ik hoor de kinderen kletsen en zingen. Mijn gezicht is in het kussen gedrukt en ik voel dat mijn mond op een kier hangt. Het kussen voelt vochtig. Mijn hersenen geven geen prikkel dat dit een ranzige pose is en ik knipper glazig met mijn ogen. Levenloos lig ik op mijn buik naar de wekker te staren. 08.00 uur. Ik knipper weer met mijn ogen en wil niet liever dan weer doorslapen.

Chaya komt de kamer binnen en vraagt zacht hoe het gaat. Mompelend zeg ik dat ik moe ben en liever wil gaan slapen. “Wil je wat eten”, vraagt Chaya bezorgd. “Nee, dank je lief”, zeg ik kortaf. “Laat me maar”. De deur sluit en het licht verdwijnt. Dat voelt op dat moment heerlijk. Een donkere kamer zonder geluid. Mijn hoofd voelt zwaar en vol. Alsof ik een helm van lood draag. Ik sluit mijn ogen en val weer in slaap.

“Wakker worden lieverd, we moeten zo naar het ziekenhuis”, fluistert Chaya, die naast me op het bed is komen zitten. Ik word warrig wakker. “Hoe laat is het?” vraag ik. “kwart over 12” zegt Chaya. Ik hoor bezorgdheid in haar stem. Normaal irriteer ik me daar aan, omdat ik nooit zielig gevonden wil worden. Maar nu laat het me onverschillig. “Als je zo naar beneden komt dan maak ik wat te eten voor je”, zegt ze. Maar ik heb helemaal geen honger. “Ik heb geen trek”, zeg ik. “Wil je wat yoghurt met Cruesli”, vraagt Chaya. “Doe maar, ik kom zo” zeg ik. Chaya gaat naar beneden.

Ik probeer normaal op te staan. Mijn lichaam reageert traag. Beide benen prikken alsof ze slapen en het voelt alsof er geen kracht meer in zit. Dan waggel ik naar de badkamer. Mijn hoofd schommelt als een rubber bootje op zee. Met beide handen pak ik het was meubel vast. Alsof ik op adem moet komen na intensief sporten, zo probeer ik om tot bezinning te komen. Maar de bezinning komt niet. De wereld blijft draaien en ik zie witte lichtvlekken dansen rondom in mijn beeld. Stoïcijns pak ik mijn tandenborstel en druk ik tandpasta uit de tube. Het gaat moeilijk, ik kan de tandpaste nauwelijks op de borstel mikken. Alsof ik motorisch dronken ben. Na het poetsen spoel ik mijn mond en trek ik een sportbroekje en T-shirt aan.

Duizelig strompel ik de trap af. Ik zie de schoenen op de voordeurmat staan van mijn schoonzusje. Wat gezellig denk ik nog, maar haar komst had een andere reden. Ze past op onze dochter en haalt onze oudste zoon van school als wij naar het ziekenhuis zijn. We hebben geen idee hoe laat we thuis zijn straks. Misschien kan ik onze zoon nog ophalen na de MRI scan, denk ik nog naïef. Ik loop de kamer in en zie mijn schoonzusje zitten aan de keukentafel. Tegenover haar staat een kom met yoghurt voor me klaar. Moeizaam loop ik naar mijn plek aan tafel en ga zitten als bejaarde. Ik wil een grapje maken, zoals ik vaak doe. Ik kijk haar aan en wil praten, maar praat niet. Er komen rare geluiden uit mijn mond. Alsof mijn stem wordt weggepiept bij een fout tv programma. Het klinkt nergens naar. Ik voel een angstig gevoel over mij heen komen.

Mijn spraak valt helemaal weg, maar ik ben volledig helder en bij. Er rollen twee tranen over mijn wangen. Mijn zicht wordt wazig door het traanvocht. Ik duw mijn onderlip tussen mijn kiezen en bijt er op. Voor mij staat een kom met een lepel. Enigszins gefrustreerd probeer ik de lepel te pakken. Moeizaam grijp ik de lepel vast en neem een schep uit de kom. De gevulde lepel wil ik naar mijn mond brengen, maar de lepel gaat een heel andere kant op. Ik verlies de controle over mijn rechterhand en deze gaat zijn eigen weg. Mijn arm botst tegen mijn borst aan. Overdonderd kijk ik naar mijn arm. Nog een keer proberen. Nu lukt het me om mijn de lepel naar mijn gezicht te brengen, maar ik stoot onbewust snoeihard tegen mijn gebit aan. Tak! Klinkt het metaal tegen mijn glazuur. Van schrik wil ik tegen Chaya zeggen: ”Moet je dit nu zien”, maar weer komen er vreemde kreungeluiden uit mijn mond.

Een koude rilling schiet over mijn rug. Paniek overvalt mij en mijn lichaam begint te trillen en te transpireren. Ik wil gaan staan en wegvluchten. Maar waarheen? “We moeten nu direct naar het ziekenhuis toe!” zegt Chaya en ik loop naar de voordeur om zo snel mogelijk te vertrekken. Als we nu vertrekken dan zijn we ruim op tijd voor de MRI scan. Ik probeer mijn witte teenslippers aan te trekken, maar dat gaat moeilijk. Chaya helpt me met de teenslippers en begeleid me naar de auto toe.

Adrenaline stroomt door mijn aderen. Alle scenario’s gaan door mijn hoofd, maar ik probeer daar niet te veel aan te denken. Ik moet rustig blijven. Anders verlies ik het en dat wil ik niet. De emoties kaatsen als stuiterballen door mijn hoofd. Ga ik dood? Raak ik invalide? Word ik geopereerd straks? De onzekerheid maakt me misselijk. Ik probeer mijn gedachten te verzetten door te blijven praten, maar Chaya zegt dat ik me rustig en kalm moet houden. Ik leg mijn arm op de deurpost. Het glas voelt prikkend aan mijn huid, maar dat klopt niet. Ik kneed met mijn linkerhand in mijn rechteronderarm. Het voelt dovig en ondertussen voelt het prikkend. Alsof ik er pas net weer bloed stroomt door je slapende ledenmaat. Chaya rijdt zo snel mogelijk naar het ziekenhuis.

We komen aan bij het ziekenhuis. “Moet ik je afzetten bij de entree? “vraagt Chaya. “Dat is goed, dan wacht ik op je.” Chaya zet me af en rijdt door om de auto te parkeren. Ik leun tegen de muur naast de hoofdingang. Alles draait. Ik hoop maar dat Chaya snel komt. Binnen 5 minuten komt Chaya aangelopen. “Moet ik een rolstoel voor je pakken?” vraagt ze. Dat wil ik niet. Een rolstoel voelt als een vernedering en past niet in mijn wereld. Maar mijn wereld staat op zijn kop. Ik schud mijn hoofd en zeg tegen Chaya: “Ik loop wel, als jij me maar helpt.” Samen strompelen we naar de radiologie afdeling.

Chaya meld mij aan bij de balie en ik ga zitten in de wachtkamer. Ik zie haar in mijn ooghoek gebaren maken en hoor haar zeggen dat er met spoed een scan gemaakt moet worden. Na enkele minuten loopt ze naar me toe. Met grote ogen zegt ze: ”Ze wilde je met je klachten weer naar de spoedpost sturen, maar ik heb aangedrongen op de MRI scan. Je bent zo direct aan de beurt”. Ik ben blij dat Chaya voor me knokt. Zij neemt me bloedserieus en vecht voor me. Gelukkig is Chaya mijn vrouw.

“Meneer IJsseldijk, komt u mee?” Vraagt een kleine verpleegster met kort haar. Ze doet me aan mevrouw theelepel denken. Ze instrueert me met een geruststellende stem wat de MRI scan inhoud en wat ik moet doen. Ik dank haar en stap het minuscule kleedhokje binnen van 1 bij 1 meter. Uitkleden lukt nog aardig en ik hang mijn T-shirt en sportbroekje aan de haakjes. In mijn boxershort open ik de deur aan de andere kant van het hokje. Ik stap naar binnen en zie een schemerige ruimte met daarin een grote machine. De machine lijkt op een gigantische donut met een lopende band die door de holling van de donut steekt. Twee vrouwelijke radiologes stellen zich aan mij voor. Ze dragen steriele outfits en grote groene schorten. Een radiologe neemt plaats achter een muurtje met daarin een raam, de andere radiologe vraagt mij te gaan liggen op de plank met daarin lichaamscontouren.

Op de plek waar mijn hoofd moet komen te liggen, staat een frame met kunststof delen. Voorzichtig neem ik liggend plaats op de plank en prop ik mijn hoofd in het frame. Het voelt oncomfortabel en hard. De radiologe zet mijn hoofd vast in het frame en ik probeer te ontspannen. Er klinkt een aanzwengelend zoemend geluid. De radiologe meldt dat ze een infuus gaat aanleggen. Hiermee injecteren we contrastvloeistof, zodat alle bloedstromen en bloedvaten mooi oplichten op de foto’s. Ik zeg: “dhoaamf… Ifbmnmm…”. Weer valt mijn spraak weg. Automatisch rolt er weer een traan uit mijn oog. De traan stroomt over mijn oor naar mijn achterhoofd. Ik zie dat de radiologe zich over mij heen buigt. Ze plaatst een koptelefoon over mijn oren. De MRI scanner maakt steeds meer herrie. “Wil je tijdens de scan klassieke muziek of Sky Radio luisteren?” vraagt ze. Ik pers ‘Sky’ uit mijn keel. “Ben je er klaar voor?” vraagt de radiologe. Praten wil ik niet meer en ik steek mijn duim omhoog. De radiologe lacht en gaat bij haar collega staan achter het muurtje. De plank schuift over de lopende band in de donut.

De muziek begint. – No we’re never gonna survive, unless we are a little crazy – . Seal met ‘crazy’. Lekker nummer voor dit moment wil ik zeggen, maar de knetter en zoemgeluiden van de machine verzetten die gedachte. Via de koptelefoon krijg ik het programma door van de radiologe. “Nu een sessie met korte tikken en straks een sessie met langere tikken. Ik onderga het. De tikken klinken als een zoemend lichtzwaard van Star Wars. Maar dan extreem hard en in een hoge frequentie. Onaangenaam, zeker als je beroert in een hoofdklem zit. Zo voelt een martelwerktuig dus. De scan duurt nog geen uur, maar voelt als een werkdag. In mijn hoofd zing ik maar mee met Sky Radio. Kutzender.

Het zoemen stopt. Door de koptelefoon zegt de radiologe dat de scan gereed is. Het licht gaat aan in de kamer en de plank wordt uit de donut geschoven. De radiologe maakt mijn hoofdklem los en helpt me overeind. De radiologe die als eerste achter het muurtje was gaan zitten komt bij de plank staan. “Je mag je gaan aankleden en je melden op de afdeling Neurologie verpleegafdeling kamer 302, daar verwacht de neuroloog je.” Eindelijk actie, denk ik. Ik bedank de radiologes en kleed me aan. Samen met Chaya strompel ik naar de Neurologie verpleegafdeling. De afdeling bevindt zich op twee hoog en we nemen de lift. We stappen de lift in en Chaya drukt op de 2. Ze kijkt me aan en ik voel de behoefte om iets luchtigs te zeggen. “Waar zijn we in beland, hopelijk krijgen we snel duidelijkheid” bespreken we.

De metalen liftdeuren schuiven open samen lopen we de gang op. We zoeken kamer 302. We kijken de gang door en volgen het gele linoneum op de grond. Gevonden. Kamer 302. 302 STROKE afdeling. Wat is dit? Ik zie vier bedden met veel apparatuur met daarin drie bejaarden. Twee daarvan zien er meer dood dan levend uit. Mijn benen worden week. Een bed is vrij. Een verpleegster loopt langs. “Meneer IJsseldijk?” vraagt ze. Ja, dat ben ik. “Gaat u maar op het bed zitten, de arts komt zo bij u.” Ik ga zitten op het bed met mijn benen hangend over de rand. Chaya gaat zitten op een stoel aan de voetkant. Ik wil weg hier, maar dat kan niet. We moeten de arts spreken om te weten wat er mis met me is.

Dan komt er een jonge vrouw binnen. Haar rode krullende haar tot over de schouders steken af tegen de witte doktersjas die ze draagt. Ze ziet er jong uit en heeft een bleu gezicht. Ze stelt zich voor als ‘arts in opleiding’. “Zullen we hier bespreken wat er met u aan de hand is?” Ik kijk Chaya aan. Dit voelt niet goed en heb behoefte aan privacy. De arts in opleiding merkt onze houding op en stelt voor om in een aparte ruimte te gaan zitten. We knikken instemmend en strompelen achter haar aan. We gaan zitten in een soort koffie kamer. Chaya en ik naast elkaar zittend en de arts in opleiding haaks naast ons. Ze kijkt me aan en zegt:” We weten wat er met u aan de hand is”. Ik zet me schrap voor het nieuws. “U heeft een herseninfarct gehad”.

logo

Please follow and like us:

10 thoughts on “DEEL 3: Mijn lichaam begeeft het

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge